Mensen op het minimum hebben recht op assistentie op maat door de gemeente bij plotseling optredende financiële problemen buiten hun schuld zoals een wasmachine die het plotseling begeeft. De gemeente Nieuwegein gaat erg krampachtig en zuinig om met de uitvoering van deze regeling.

Al jaren blijft er geld over dat gereserveerd was voor  Bijzondere Bijstand. De  wet en regelgeving die de uitvoering aan de gemeente voorschrijft, stelt met nadruk dat bijzondere bijstand bedoeld is om mensen op het minimum met maatwerk op individuele basis te kunnen assisteren met het oplossen van zich voordoende plotselinge financiële problemen. Bij nader inzien blijken de gemeenten Ijsselstein en Houten de regeling wel volledig te benutten. Bijzondere Bijstand voor aanschaf van witgoed blijkt daar een aanzienlijk deel van uit te maken. De uitvoering in Nieuwegein van de bijzondere bijstand is echter heel erg terughoudend op dat gebied. En dat terwijl in het kader van armoedebestrijding een intern scholingsprogramma is uitgevoerd om te komen van strak toepassen van regels naar mogelijkheden zoeken op individuele maat, net zoals voor de bijzondere bijstand wordt voorgeschreven. De fractie van GroenLinks is onaangenaam getroffen door deze wijze van uitvoering door de gemeente die in feite in strijd is met de geest van de wet en heeft het college daarom de volgende vragen gesteld.

  1. Is het college zich bewust van de wettelijke intentie van de bijzondere bijstand.
  2. Zo ja, kan het college aangeven welk individueel maatwerk wordt geleverd in het kader van de bijzondere bijstand?
  3. Kan het college aangeven hoe het dan mogelijk is dat er elk jaar een ruime bedrag onbesteed blijft?
  4. Kan het college aangeven welke inspanning zal worden geleverd om een ruimhartige uitvoering in 2011 te realiseren?
  5. Kan het college onderbouwen hoe het mogelijk is te bezuinigen op de formatie van de betreffende afdeling, terwijl armoedebestrijding in het kader van de millenniumdoelen speerpunt is?
  6. Is het college bereid een benchmark uit te voeren met naburige gemeenten en daar zonodig consequenties aan te verbinden?