Zaterdag 15 januari was er weer een partijraadsvergadering en voor het eerst zal dit veel GroenLinks leden niet ontgaan zijn. In eerste instantie zou de vergadering gaan over de linkse samenwerking en hoe om te gaan met populisme. Maar ingehaald door de actualiteit over de Afghanistan missie, had het kersverse partijraadsbestuur besloten het ochtendgedeelte in te ruimen om het hier over te gaan hebben. Voor het eerst in mijn partijraads ‘carriere’ was er persaandacht en was de NOS aanwezig om de discussie over Afghanistan te filmen. De meesten zullen dan ook de uitkomst gezien hebben tijdens het 20 uur journaal.
De partijraad bleek na een kritisch en goed debat in ruime meerderheid tegen een missie in Afghanistan te zijn. Er werden 3 eindconclusies voorgelegd waarbij de tweede conclusie alle stemmen voor kreeg. De stelling luidde “Op basis van de huidige informatie zijn we tegen een nieuwe missie in Afghanistan” (of iets in die geest, de letterlijke formulering weet ik niet meer). De eerste conclusie kreeg echter ook al een grote meerderheid (31 tegen 17) waarbij gesteld werd dat er uberhaupt geen missie moet komen, ongeacht de uitkomst van de hoorzitting in de Tweede Kamer.
Ik ben benieuwd hoe Jolande Sap de fractie en partij hier verder doorheen loodst. Het is duidelijk dat de fractie, oa door de motie die vorig jaar door Mariko Peters is ingediend, niet zomaar nee zal en kan zeggen. Maar met een achterban die dit wel wil, is dit direct een vuurdoop voor de nieuwe fractievoorzitter die wellicht bepalend zal blijken hoe democratisch GroenLinks intern daadwerkelijk is. Hier aan gerelateerd was dit ook gelijk ook een test hoe de nieuwe vorm van de partijraad functioneert en vorm begint te krijgen als discussie-orgaan dat richtinggevende uitspraken kan doen. Dit is mijn tweede termijn als partijraadslid en ik had voor het eerst het idee dat het van belang werd gevonden wat de partijraad vindt. De aanwezigheid van vele GroenLinks leden die niet in partijraad zitten, droeg ook bij aan dit gevoel.
Dat deze belangstelling vooral ook aan de actualiteit van het onderwerp lag, bleek echter wel toen de meeste niet-partijraadsleden vertrokken bij het middagdeel.
Dit middagdeel stond in het teken van de linkse samenwerking dat in eerste instantie door Jolande Sap ingeleid zou worden. Maar omdat zij de hele ochtend al aanwezig was en ook nog ander GroenLinks verplichtingen had, was ze hier niet bij aanwezig. Ze werd vervangen door partijvoorzitter Henk Nijhof, wat ik wel jammer vond. Niet vanwege persoonlijke voorkeuren, maar omdat hij in zijn inleidende praatje eigenlijk al het algemeen gedeelde sentiment verwoordde dat samenwerking uitaard goed is, maar dat een fusie wat hem betreft niet aan de orde is. Dat haalde de vaart wel een beetje uit een discussie hierover. Juist omdat Jolande Sap bij haar aantreden als fractievoorzitster het woord fusie in de mond had genomen, had ik heel graag van haar willen horen waarom en hoe. Dit bleef nu achterwege en bleef de discussie hierover erg onder gelijkgestemden.
Voor deze discussie werden we in kleinere groepen verdeeld. De groep waar ik in zat, had het vooral over hoe samenwerking vorm zou kunnen krijgen. Hierin moet verschil gemaakt moet worden in het doel van de samenwerking. Enerzijds gaat dit om electoraal gewin, anderzijds om samenwerking op pragmatisch niveau om de GroenLinks idealen verwezenlijkt te krijgen. Daarnaast is het van belang om tijdens de formatie perdiode als linkse partijen elkaar goed vast te houden. Ook werd van belang gevonden dat andere partijen zoals de SP en de Partij van de Dieren niet op voorhand uit te sluiten en/of hier negatief over uit te laten. Ook het labelen van elkaar als conserveratief of progressief riep weerstand op.
Tijdens de plenaire afsluiting bleek wel dat de andere groepen gelijksoortige discussies en conclusies hadden. Het laatste onderwerp van de partijraadvergadering van hoe om te gaan met populisme is niet heel uitgebreid besproken behalve in de inmiddels wat stereotype en voorspelbare uitlatingen dat we onze boodschap niet zo moeilijk moeten brengen. Ik heb altijd wat moeite met deze visie, ook omdat het uitgaat van het idee dat als we onze ideeën maar helder genoeg brengen, er meer mensen op GroenLinks zouden stemmen. Ik blijf hier een bepaalde arrogantie in zien: ‘omdat je ons niet begrijpt, stem je niet op ons’. Dat zegt wat over hoe ongeinformeerd (of dom?) je eigenlijk denkt dat de gemiddelde kiezer is. Ik ben echter bang dat de ‘gemiddelde kiezer’ prima weet wat wij als GroenLinks willen en vinden, maar het gewoon niet met ons eens is. Als je de cijfers moet geloven willen de meeste stemgerechtigde Nederlanders makkelijke ‘oplossingen’ op korte termijn die vooral goed voor hem/haar zijn. Dat geeft een niet heel hoopvol mensbeeld, maar is wellicht realistischer en minder arrogant dan maar te blijven herhalen dat onze boodschap eenvoudiger moet en dat het dan wel goed komt.
Maar met deze visie was ik duidelijk in de minderheid dus is ook niet meegenomen in de plenaire terugkoppeling.
Ik ben benieuwd wat er verder met de uitkomst van de middagdiscussies gebeurt. De ‘richtinggevende uitspraak’ werd min of meer samengevat door te stellen dat er goed ingezet moet worden op linkse samenwerking, niemand bij voorbaat uitgesloten moet worden en potentiele samenwerkingspartners niet onder een bepaald label weggezet moet worden.
Maar net als met het ochtendgedeelte, blijft het bij een ‘richtinggevende uitspraak’ en zolang deze niet op een congres bekrachtigd wordt, is het aan de Tweede Kamer fractie zelf (en lokale fracties) wat ze hiermee doen. Fracties blijven immers officieel zonder ‘last en ruggenspraak’ van hun partij opereren. Maar het is wel interessant om te zien wat er binnen de partij gebeurt als er geen gehoor wordt gegeven aan een ‘richtinggevende uitspraak’ en wat dit voor de positie en effectiviteit van de partijraad betekent.
Erna Kotkamp
Partijraadslid Provincie Utrecht
17 januari 2011