Gebleken is dat onlangs bij de gemeente kostbare in leer gebonden exemplaren van historische publicaties werden vernietigd. Medewerkers mochten grasduinen of er nog iets van hun gading bij was .

In tegenstelling tot wat in de huiskrant stond, waren de Oudheidskamer en de Historische Kring niet op de hoogte van deze vernietiging. GroenLinks acht dit een onaanvaardbare gang van zaken vanwege het vernietigen en vervreemden van cultuur historisch erfgoed. Daarom heeft GroenLinks een aantal vragen gesteld aan het College van B&W.

Gevraagd wordt wanneer het College op de hoogte is gesteld en of er een collegebesluit genomen is over deze vernietiging en het houden van een “grasduin” happening voor medewerkers. Hoe is het mogelijk dat in afwijking van het bericht in de “huiskrant” de historische verenigingen geen kennis hadden van het vervreemden van historisch materiaal ? GroenLinks vraagt de toezegging dat historisch materiaal ter beschikking blijft voor onderzoek door particulieren, organisaties, scholen en dergelijke. Daarnaast dienen de uitgedeelde boeken teruggebracht te worden met een beroep op het algemeen belang. Verder wordt er gevraagd naar de regels omtrent de verdeling , al dan niet tegen betaling, van afgeschreven materiaal. Buiten archiefmateriaal valt hier ook te denken aan kunstwerken die bijvoorbeeld in het verleden tot gemeentelijk bezit zijn gekomen in het kader van de inkomensvoorziening voor beeldend kunstenaars ( BKR) . Staat daarbij het publieke karakter van de gemeentelijke organisatie en de aanwezige bezittingen voorop? Wordt er een register bijgehouden waar de kunstwerken zich bevinden? In 2004 is er een plan van aanpak gemaakt om in Nieuwegein een archiefwebsite te openen. In de voorjaarsnota is omstandig uitgelegd waarom de toezeggingen tot de digitalisering niet konden worden nagekomen, maar dit zou in de tweede helft van 2008 zeker goed komen. We hebben nog 3 maanden. Gaan we nu echt die gemeentelijke historische website operationeel maken? Verder wil GroenLinks weten hoe wordt omgegaan met de oprichting van een Regionaal Historisch Centrum omdat daar ook een wettelijk verplichte archiefbewaarplaats in gepland was, die nu ontbreekt. In de beleidsnota “Uit de lengte of uit de breedte” staat niet alleen het programma voor de archieven vermeld, maar ook, in een samenhangend beleid, de programma’s voor geschiedenisbeoefening, musea,monumenten en archeologie voor de jaren 2006 tot 2010 . Deze nota is als beleidslijn ongewijzigd overgenomen door de gemeenteraad op 27 september 2005. In hoeverre is dit samenhangende beleid thans ontwikkeld?